8. Aanbevelingen
Sinds de introductie van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland in 2017 is de kwaliteit van palliatieve zorg voor patiënten en naasten aanzienlijk verbeterd. Onder meer dankzij het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) is het kader steeds vaker leidend geworden voor landelijk en regionaal beleid. Deze vooruitgang is echter onvoldoende om de komende opgave het hoofd te bieden. Door de vergrijzing neemt het aantal mensen dat in de komende jaren overlijdt sterk toe, terwijl palliatieve zorg nog te vaak te laat, versnipperd of onvoldoende wordt ingezet. Onderzoek laat zien dat toepassing van het kwaliteitskader leidt tot betere kwaliteit van leven en het terugdringen van medisch niet-passende interventies. Om er voor te zorgen dat elke patiënt en naaste de zorg en ondersteuning ontvangt die aansluit bij hun persoonlijke waarden, wensen en behoeften en palliatieve zorg structureel onderdeel wordt van zorg en ondersteuning, doet de werkgroep onderstaande aanbevelingen.
1. Structurele verankering in de zorg en ondersteuning
Voor een structurele verankering van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland is borging op landelijk, regionaal en op organisatieniveau vereist. De focus ligt hierbij op de kernelementen uit het kwaliteitskader: tijdige signalering en markering, proactieve zorgplanning, zorgvuldige coördinatie en laagdrempelige consultatie van in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals.
Ook na afronding van het NPPZ II blijft centrale regie op landelijk niveau noodzakelijk. Het is aan patiëntenorganisaties, wetenschappelijke en beroepsverenigingen en brancheorganisaties de richtinggevende normen over wat goede palliatieve zorg is, te vertalen naar hoe deze zorg in de praktijk moet worden geleverd door een praktische vertaling in richtlijnen en zorgpaden.
Omdat palliatieve zorg transmurale en interdisciplinaire samenwerking vergt, zijn domein overstijgende samenwerkingsafspraken binnen regio’s en Netwerken Palliatieve Zorg cruciaal. De in 2024 ingezette regionale Transformaties palliatieve zorg zijn hiervoor een goed voorbeeld. Bestuurders en managers borgen de toepassing binnen hun organisatie door het kader te verankeren in missie, visie en kwaliteitsbeleid. Door prioriteit te geven aan de kernelementen van palliatieve zorg, creëren zij de noodzakelijke ruimte voor zorgprofessionals om deze zorg in de praktijk waar te maken.
2. Verdere verankering in het sociaal domein
Om de visie van ‘leven tot het laatst’ te realiseren, is een sterke verankering in het sociaal domein cruciaal. Naast medische en verpleegkundige zorg vraagt dit om de samenwerking met welzijnsorganisaties, vrijwilligers, scholen, werkgevers en gemeenten. Gemeenten kunnen hierin een spilfunctie vervullen door lokale netwerken te verbinden, burgerinitiatieven te stimuleren en de ontwikkeling van zorgzame gemeenschappen (Compassionate Communities) te faciliteren.
Hoewel de rol van het sociaal domein in dit kwaliteitskader nog summier is uitgewerkt, zet deze actualisatie de eerste belangrijke stap. De werkgroep adviseert om bij een volgende herziening de integrale samenwerking tussen de zorgsector, het sociaal domein en de samenleving verder te concretiseren en prioriteit te geven.
3. Verbetering van deskundigheid
Goede palliatieve zorg en ondersteuning valt of staat bij de competenties van professionals, vooral in het voeren van proactieve zorgplanningsgesprekken. Palliatieve zorg en proactieve zorgplanning moeten daarom meer worden verankerd in de basisopleidingen en bij- en nascholing. Conform de Kamerbrede motie over curricula en het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) moeten zorg- en onderwijsinstellingen een plan opstellen voor de bij- en nascholing van alle medewerkers. Het Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg 2.010 (O²PZ) is hiervoor een goede basis. Om de ambities van het kwaliteitskader te realiseren, is een gezamenlijke inspanning nodig op drie niveaus:
- Landelijk: Branche- , wetenschappelijke en beroepsorganisaties borgen palliatieve zorg in curricula en beroepsstandaarden.
- Organisatorisch: Zorginstellingen verankeren palliatieve expertise in hun HR-beleid en faciliteren structurele scholing.
- Individueel: Zorgprofessionals dragen de eigen verantwoordelijkheid om hun kennis en vaardigheden actueel te houden.
4. Bevordering digitale beschikbaarheid van gegevens voor proactieve zorgplanning
Omdat patiënten vaak met verschillende zorgprofessionals te maken krijgen, is de digitale beschikbaarheid van proactieve zorgplanning randvoorwaardelijk voor de continuïteit van zorg. Dit bevordert een eenduidige communicatie tussen zorgprofessionals, de patiënt en diens naasten. De werkgroep adviseert de realisatie van gestandaardiseerde, veilige en instelling overstijgende digitale gegevensuitwisseling. Het doel is dat actuele wensen en behandeldoelen van de patiënt op elk moment en voor elke betrokken zorgprofessional toegankelijk zijn, ongeacht de zorgsetting.
5. Optimalisering van consultatie van in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals
Bij complexe casuïstiek moet gespecialiseerde expertise altijd beschikbaar zijn. Het in ontwikkeling zijnde Kader transmurale consultatie palliatieve zorg stelt hiervoor de minimale randvoorwaarden vast. Door gezamenlijk competenties en scholing voor zorgverleners gespecialiseerd in palliatieve zorg te concretiseren, borgen en versterken de beroepsgroepen de kwaliteit en de herkenbaarheid van palliatieve expertise.