Inleiding

Meer weten over dit onderdeel? Lees hier de inleiding.

Rouw is het geheel van fysieke, emotionele, cognitieve, spirituele, existentiële en gedragsmatige reacties die optreden rondom het naderend overlijden of na het verlies van een dierbaar persoon. Vaak ervaren zowel de patiënt als de naasten al gevoelens van rouw tijdens het ziekteproces. Het betreft dan rouw om verlies van gezondheid en functionele autonomie en anticipatoire rouw over het naderend overlijden.  

Nabestaanden weten veelal niet welke (acute) reacties kunnen volgen op het verlies van een dierbare. Vanuit de eigen (culturele) achtergrond bestaan verwachtingen en opvattingen over hoe men zich zou moeten gedragen of wat men zou moeten voelen en hoelang dit rouwproces ongeveer in beslag mag nemen. Dit proces is echter voor iedereen anders en rouw kan verschillende duur en vormen aannemen.  

Veelal kent rouw voor nabestaanden een natuurlijk, ongecompliceerd verloop. Problematische (complexe) rouw daarentegen kan verstrekkende gevolgen hebben. Het niet adequaat stilstaan bij rouw gaat dan gepaard met het uit de weg gaan van dat verlies, het aanhoudend in beslag genomen worden door het verlies of het er niet in slagen een nieuwe invulling aan het leven te geven, soms tot nog vele jaren later. De realiteit van het verlies wordt niet aanvaard. Een dergelijke ontwikkeling vraagt om aandacht, dan wel begeleiding of een (specifieke) interventie.  

De laatste jaren is ook meer aandacht ontstaan voor verlies en rouw bij zorgprofessionals na het overlijden van een patiënt. Rouw bij zorgprofessionals manifesteert zich anders dan die van familieleden en wordt maatschappelijk minder herkend en erkend. Toch kan herhaald verlies van patiënten een factor zijn in de ontwikkeling van bijvoorbeeld overbelasting, empathie-vermoeidheid en burn-out bij de zorgprofessional en vraagt om die reden om structurele aandacht, onder meer met intervisie of supervisie.  

Standaard  

De patiënt, de naasten, professionals en vrijwilligers ervaren passende aandacht voor verlies en (anticipatoire) rouw. Waar nodig of gewenst dient professionele begeleiding beschikbaar en toegankelijk te zijn. Hierbij wordt extra aandacht geschonken aan nabestaanden die zich in een afhankelijkheidspositie van de patiënt bevinden.  

Criteria

Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
  1. Met de patiënt en de naasten wordt gesproken over het aanstaande verlies, het belang van goed afscheid nemen, (anticipatoire) rouw en welke reacties daarbij kunnen voorkomen. Tevens wordt besproken wat de mogelijkheden zijn voor ondersteuning, zoals lotgenotencontact of (professionele) begeleiding. Indien nodig wordt met toestemming van de naaste, diens huisarts telefonisch geïnformeerd over het naderend overlijden van de patiënt. 
  2. De naasten ervaren ruimte om op een voor hun gepaste manier afscheid van hun dierbare te nemen. Hen wordt gevraagd of zij de laatste zorg aan hun dierbare willen geven. Indien zij dit wensen, worden zij hierbij ondersteund door zorgprofessionals. 
  3. Na overlijden wordt tijd en aandacht besteed aan de naasten en de familie om troost en steun te bieden bij het omgaan met verlies. Deze aandacht is passend bij de sociale, culturele en spirituele rituelen en gebruiken van de patiënt en de naasten. 
  4. De professional heeft aandacht voor de wijze waarop de nabestaanden reageren op het verlies van hun dierbare. Dit kunnen fysieke, emotionele, cognitieve, spirituele, existentiële en gedragsmatige reacties zijn. De professional inventariseert of er vanuit de directe omgeving voldoende aandacht en ondersteuning voorhanden is, beoordeelt mogelijke (risicofactoren voor) problemen met verliesverwerking (gecompliceerde rouw) en neemt passende of preventieve maatregelen. 
  5. Aan de nabestaanden wordt enkele weken na het overlijden van hun dierbare een gesprek aangeboden met de zorgprofessional, veelal de hoofdbehandelaar of de centrale zorgverlener, waarin wordt gevraagd hoe het met de nabestaanden gaat, hoe ze terugkijken op de periode van ziekte en sterven en op de verleende zorg. Het gesprek kan tevens functioneel zijn om de nabestaanden zich gesteund te laten voelen in de wijze waarop wordt omgegaan met het verlies van hun dierbare en hun rouw. Bij tekenen van complexe rouw wordt de nabestaanden geadviseerd om contact op te nemen met de eigen huisarts en kan in overleg met de nabestaanden door de zorgprofessional ook rechtstreeks contact met de huisarts worden opgenomen.  
  6. Zorgprofessionals en vrijwilligers verlenen ondersteuning bij verlies en (complexe) rouw aan de nabestaanden, professional(s) en vrijwilligers op basis van een goede onderlinge relatie en geldende protocollen, richtlijnen en andere relevante documenten.
  7. Experts, zoals geestelijk verzorgers, maatschappelijk werkers, psychologen, psychiaters en rouwtherapeuten, zijn beschikbaar voor verwijzing in situaties van (dreigende) complexe rouw. 
  8. Er dient vanuit het team en de organisatie structureel aandacht en ondersteuning te zijn voor gevoelens van verlies en rouw bij zorgprofessionals en vrijwilligers, in relatie tot zelfzorg en het omgaan met (herhaaldelijk) verlies en rouw. Als dit niet voldoende is, is het van belang om professionele begeleiding te zoeken en/of aan te bieden. Deskundigheidsbevordering, supervisie en intervisie kunnen daarbij behulpzaam zijn.  
ㅤ
Regiehouder: Palliactief
Vastgesteld op: