4.2 Psychische dimensie
Inleiding
Meer weten over dit onderdeel? Lees hier de inleiding.
Psychische klachten, waaronder angst en somberheid, komen veel voor bij patiënten met een levensbedreigende aandoening en toenemende kwetsbaarheid en verlagen de kwaliteit van leven. Fysieke symptomen en psychisch lijden versterken elkaar vaak: somberheid kan leiden tot fysieke klachten als benauwdheid, terwijl onbehandelde pijn psychische klachten juist aanwakkert. Een integrale aanpak van zowel lichamelijke als mentale klachten is daarom noodzakelijk. Regelmatige inventarisatie van de psychische toestand van een patiënt is een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg en alle zorgprofessionals die betrokken zijn dienen kennis te hebben van het omgaan met en behandelen van de psychische domeinen van deze zorg. Voorlichting van de patiënt, de naasten, betrokken zorgprofessionals en vrijwilligers en aandacht voor wettelijke vertegenwoordiging zijn essentiële onderdelen van het behandelplan.
Bij vermoeden van een psychiatrisch toestandsbeeld wordt zo mogelijk met behulp van (gevalideerde) meetinstrumenten een gerichte screening gedaan en zo nodig wordt laagdrempelig een gespecialiseerde zorgprofessional bij de zorg betrokken.
Standaard
De zorgprofessional heeft samen met de patiënt en de naasten aandacht voor de psychische gevolgen van een levensbedreigende aandoening of toenemende kwetsbaarheid en de aanwezigheid van eventuele psychiatrische symptomen. Het doel hiervan is om het psychisch welbevinden van de patiënt en de naasten te vergroten door onder meer de coping te verbeteren. De zorgprofessional doet dit aan de hand van geldende richtlijnen en inzichten.
Criteria
Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
- Zorgprofessionals beschikken over basisvaardigheden in het herkennen en eventueel behandelen van veelvoorkomende psychologische en psychiatrische symptomen en toestandsbeelden (onder andere angst, depressie, delier, (complexe) rouw, eenzaamheid, hopeloosheid, hallucinaties, suïcidale gedachten en onttrekkingsverschijnselen bij verslaving).
- De zorgprofessional inventariseert met de patiënt of diens wettelijke vertegenwoordiger en de naasten de waarden, wensen en behoeften die bijdragen aan het vergroten of behouden van het psychisch welbevinden op cognitief en emotioneel gebied, waaronder de heroriëntatie op het levensperspectief en het zoeken naar een goede balans. Thema’s die hierbij kunnen spelen, zijn onder meer:
- verwerken (accepteren) van de actuele situatie
- het vinden en handhaven van een balans tussen draagkracht en draaglast
- waarden en keuzes
- respect en eigen identiteit
- hervinden van levensinvulling
- risico’s en belemmeringen voor het psychisch welbevinden
- de (over)belasting van de naasten
- De zorgprofessional signaleert, inventariseert en beoordeelt, zo mogelijk met behulp van (gevalideerde) meetinstrumenten, de aard en ernst van eventuele klachten, symptomen en risico’s die de patiënt en de naasten ervaren wat betreft het psychisch, cognitief en systemisch functioneren. De zorgprofessional bespreekt deze met de patiënt en de naasten en neemt in overleg passende en preventieve maatregelen. Indien nodig wordt een zorgprofessional met specifieke deskundigheid betrokken bij de zorg voor de patiënt.
- Bij inventarisatie en behandeling van de psychische toestand van een patiënt hoort ook:
- effectief communiceren met de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger en de naasten
- hen informeren en voorlichten over de ziekte of aandoening of kwetsbaarheid, symptomen, mogelijke behandelingen en bijwerkingen
- het geven van veilige en toepasbare adviezen en maatregelen, afgestemd op de patiënt, diens zorgbehoefte, wilsbekwaamheid en copingstrategieën
- in afstemming met de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger zo nodig zorgprofessionals en vrijwilligers informeren
- De zorgprofessional inventariseert samen met de patiënt en de naasten welke ondersteuning nodig is op het gebied van cognitief functioneren (begrijpen, onthouden, denken, gesprekken volgen, plannen en organiseren, besef van tijd, plaats en persoon, initiatief nemen).
- De zorgprofessional reageert adequaat op psychische nood en psychiatrische aandoeningen en houdt daarbij rekening met de door de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger gemaakte keuzes. Behandeling is gericht op comfort en gebaseerd op het onderzoek van de patiënt, de geldende richtlijnen en inzichten en kan bestaan uit niet-medicamenteuze en medicamenteuze interventies, al of niet ondersteund met complementaire zorg. Het effect van de ingestelde behandeling op het welbevinden van de patiënt dient hierbij regelmatig geëvalueerd en zo nodig te worden herzien.
- In geval van een psychiatrische aandoening zoals depressie, suïcidale gedachten, angst of delier, als gevolg van een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid of een bijkomende psychiatrische ziekte, dient de zorgprofessional daar waar nodig een zorgprofessional met specifieke deskundigheid te betrekken bij de zorg voor de patiënt.
- Gemaakte afspraken worden vastgelegd in het proactief zorgplan.