6.1 Deskundigheid

Inleiding  

Meer weten over dit onderdeel? Lees hier de inleiding.

Alle zorgprofessionals in Nederland worden in staat geacht palliatieve zorg te bieden aan patiënten en hun naasten, en indien nodig specialistische ondersteuning te vragen. Iedere zorgprofessional betrokken bij het verlenen van palliatieve zorg, wordt geacht passende bij- en nascholing te volgen om de kwaliteit van zorg en ondersteuning te waarborgen, zoals dit door hun beroepsvereniging is omschreven. Het Onderwijsraamwerk palliatieve zorg 2.0 beschrijft de competenties voor zorgprofessionals van niveau 2 tot en met 8.  

Vrijwilligers hebben in veel organisaties een belangrijk aandeel in het bieden van palliatieve zorg. Zij worden pas ingezet na een gekwalificeerde basistraining. Daarnaast hebben zij een eigen kwaliteitskompas5.

Standaard

Zowel de zorgprofessional als de vrijwilliger is gekwalificeerd voor de zorg die ze verlenen en houden aantoonbaar hun kennis actueel met relevante bij- en nascholing.  

Criteria zorgprofessionals  

Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
  1. De zorgprofessional is, in relatie tot diens functie, vaardig en inhoudelijk deskundig ten aanzien van de vier dimensies in de palliatieve zorg (fysiek, psychisch, sociaal en zingeving/ spiritueel), samen beslissen en proactieve zorgplanning. De zorgprofessional heeft kennisgenomen van overige belangrijke aspecten van zorg, zoals organisatie, stervensfase, verlies en rouw, cultuur en ethiek en recht. De zorgprofessional heeft oog voor zelfzorg en houdt de voor diens functie beschreven deskundigheid en vaardigheid bij6.
  2. In relatie tot diens functie, is de zorgprofessional in staat onderscheid te maken tussen ziektegerichte behandeling, symptoomgerichte behandeling en de stervensfase. Ook kan de zorgprofessional tijdig problemen voorzien (anticiperen) en signaleren en is in staat de daarbij passende zorg en nazorg te verlenen en te organiseren (continuïteit van zorg).  
  3. Zorgprofessionals zijn bereid en in staat om interdisciplinair samen te werken in teamverband (eerstelijn, tweede lijn of transmuraal).  
  4. De zorgprofessional moet de eigen kwaliteiten en beperkingen en die van directe collega-zorgprofessionals kennen wat betreft deskundigheid en vaardigheid ten aanzien van palliatieve zorg. Op basis hiervan is de zorgprofessional in staat tijdig in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgverleners in te schakelen om deskundigheid en vaardigheid toe te voegen en daarmee de effectiviteit van de gevraagde zorg te vergroten.  
  5. De zorgprofessional is in staat om de start van de palliatieve fase tijdig te herkennen en is zich vanaf de diagnose van een levensbedreigende ziekte of kwetsbaarheid bewust dat er een moment komt dat de focus van zorg verschuift naar kwaliteit van leven en sterven. De zorgprofessional kan dit moment herkennen en is in staat dit te bespreken met de behandelaar. 
  6. De behandelaar is, naar aanleiding van de verschillende fases die het ziektebeloop kenmerkt, in staat het complexe gesprek te voeren over diagnose en te verwachten beloop en weet dat het van belang is dat een naaste de patiënt vergezelt bij het gesprek.
  7. De zorgprofessional is, in relatie tot diens functie, in staat een multidimensionele en functionele anamnese uit te voeren. Zo mogelijk maakt de zorgprofessional hierbij gebruik van (gevalideerde) meetinstrumenten.
  8. De zorgprofessional is in staat om samen met de patiënt en de naasten helder te maken wat voor de patiënt van betekenis is, wat de patiënt wil realiseren en wat haalbare wensen en doelen zijn.
  9. De zorgprofessional is in staat het complexe gesprek met de patiënt en de naasten te voeren over het naderende overlijden en de periode na het overlijden. En in het gesprek aandacht te hebben voor waarden, vragen, zorgen en behoeften die in het geding zijn. De zorgprofessional is daarbij in staat aandacht te hebben voor het recht op (niet) willen weten. 
  10. De zorgprofessional is, in relatie tot diens functie, in staat de patiënt en de naasten optimaal te informeren, rekening houdend met begripsvermogen, cultuur, copingstijl en taal.
  11. De zorgprofessional is zich bewust van de mogelijke persoonlijke impact van het verlenen van palliatieve zorg en heeft geleerd eigen behoeften te herkennen en daarmee om te gaan. 

Aanvullende criteria voor zorgprofessionals met specifieke deskundigheid op het gebied van palliatieve zorg 

Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
  1. In palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals hebben een erkende opleiding palliatieve zorg, ervaring en vaardigheden7. Hiermee kunnen zij voldoen aan de multidimensionele behoeften van de patiënt en de naasten.  
  2. Het gespecialiseerde team palliatieve zorg heeft de benodigde expertise om advies en ondersteuning te kunnen bieden in bijzondere situaties, zoals onder meer aan kinderen, kwetsbare ouderen of gehandicapten die betrokken zijn bij patiënten in de palliatieve fase.
  3. In palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals zijn opgeleid en getraind in het herkennen van en omgaan met de persoonlijke impact van het verlenen van palliatieve zorg. Ook hebben zij aandacht voor hoe andere zorgprofessionals de persoonlijke impact van het verlenen van palliatieve zorg ervaren. 
  4. Individuele zorgprofessionals en gespecialiseerde teams in de palliatieve zorg zijn verantwoordelijk voor het structureel onderhouden en aantoonbaar vastleggen van hun expertise. Het borgen van deze deskundigheid, is een kernopdracht voor de betreffende beroepsverenigingen om de kwaliteit te bewaken.  
  5. In palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals geven scholing (bijvoorbeeld bedside-onderwijs en discipline-overstijgend onderwijs) aan andere zorgprofessionals om de kennis over palliatieve zorg te bevorderen.  
  6. Voor het scholingsaanbod palliatieve zorg in het initieel onderwijs en vervolgonderwijs wordt gebruik gemaakt van in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals.
  7. In palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessionals nemen deel aan initiatieven om het publieke bewustzijn ten aanzien van palliatieve zorg te vergroten, voorlichting te geven of het aanbod van vrijwilligers uit te breiden.  

Criteria vrijwilligers palliatieve zorg  

Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
  1. De vrijwilliger is, in relatie tot diens taak, inhoudelijk deskundig en vaardig in het afstemmen op de patiënt, met aandacht voor de vier dimensies in de palliatieve zorg en voor het samenwerken met anderen. De gevraagde deskundigheid en vaardigheid zoals, vastgelegd in het eigen kwaliteitskompas8, wordt bijgehouden.   
  2. Vrijwilligers zijn opgeleid en getraind in het herkennen van en omgaan met de persoonlijke impact van het verlenen van palliatieve zorg.  
  3. De vrijwilliger is zich bewust van zijn eigen waarden en overtuigingen. De vrijwilliger is in staat om binnen de grenzen van de eigen verantwoordelijkheid te blijven, tijdig te signaleren wanneer de eigen deskundigheid en vaardigheid om te handelen ontoereikend is en is in staat om bijtijds ondersteuning, begeleiding en/of scholing te vragen.

Gerelateerde informatie

ㅤ
Regiehouder: Palliactief
Vastgesteld op: