4.3 Sociale dimensie
Inleiding
Meer weten over dit onderdeel? Lees hier de inleiding.
Een levensbedreigende aandoening of toenemende kwetsbaarheid heeft niet alleen gevolgen voor de patiënt als individu, maar beïnvloedt ook diens sociale functioneren door de veranderende rollen en verantwoordelijkheden van de patiënt. Het treft niet alleen de patiënt, maar ook de naasten, in de breedste zin van het woord: kinderen, partners, ouders en andere familieleden, collega’s, vrienden, buren, werkgevers en ook (zorg)professionals en vrijwilligers worden getroffen door de situatie van een individuele patiënt.
De sociale dimensie omvat alles wat de leefwereld van de patiënt en de naasten raakt: van het (vaak asynchrone) verwerkingsproces en veranderende rollen tot financiële zorgen en de communicatie met de sociale omgeving. Omdat deze context de besluitvorming en de zorgbehoefte direct beïnvloedt is diepgaand inzicht in de sociale situatie van de patiënt voor zorgprofessionals essentieel. Door samen met de patiënt aandacht te hebben voor deze dimensie, versterkt de zorgprofessional de patiëntemancipatie en het zelfmanagement.
Standaard
Samen met de patiënt en de naasten brengt de (zorg)professional de sociale context in kaart. Dit biedt ruimte om aan hun doelen en behoeften tegemoet te komen, sterke kanten te benutten en het welbevinden van zowel de patiënt als de naasten te vergroten. Zowel de patiënt als de naasten ervaren passende aandacht en ondersteuning bij het omgaan met elkaar.
Criteria
Bekijk hier de criteria om te voldoen aan de standaard.
- De zorgprofessional inventariseert samen met de patiënt en de naasten wat voor hen van belang is als het gaat om het sociaal welbevinden. Een dergelijke inventarisatie kan onder meer de volgende elementen bevatten:
- gezinsopbouw en functie: (veranderende) rollen en verantwoordelijkheden, culturele en levensbeschouwelijke achtergrond, patronen van communicatie, coping, zelfmanagement, verwerking en besluitvorming
- sterke en kwetsbare kanten: vinden van een balans tussen draagkracht en draaglast, veerkracht, aanwezigheid van ondersteunende sociale en culturele netwerken, effect van ziekte of kwetsbaarheid op intimiteit, eerdere ervaring met ziekte, beperking en verlies
- het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten in ieders deelname aan het sociale netwerk, school, werk (inclusief wettelijk kader arbeidsverzuim) en wensen voor daginvulling en recreatieve bezigheden
- leefsituatie: verandering van financiële zekerheid, geografische ligging en geschiktheid van woonomgeving, (eventueel) gebruik van hulpmiddelen, vervoer en aanpassingen in de woning
- inschatting van de zorgbehoefte en beschikbaarheid van zorg in tijd en menskracht en van professionele zorgmogelijkheden in de omgeving, lotgenotencontact, financiële ondersteuning, inzet vrijwilligers, respijtzorg (sociale kaart van de regio)
- De zorgprofessional signaleert, inventariseert en beoordeelt, eventueel met behulp van (gevalideerde) meetinstrumenten, de aard en ernst van zorgen, problemen en risico’s die de patiënt en de naasten ervaren als het gaat om het sociaal welbevinden. De zorgprofessional bespreekt de bevindingen met de patiënt en de naasten en neemt in overleg passende en preventieve maatregelen. Indien nodig wordt een zorgprofessional of professional uit het sociaal domein met specifieke deskundigheid betrokken.
- De zorgprofessional heeft zowel bij de patiënt als bij de naasten aandacht voor - of verwijst zo nodig door bij:
- het begrijpen van mogelijk verschillend omgaan met ziekte en verlies, verdriet, en rouw
- het geven van emotionele en sociale steun
- het bespreken van doelen, wensen en behoeften van eenieder
- het proces van besluitvorming
- de communicatie onderling en de communicatie met zorgprofessionals en vrijwilligers
- het zoeken naar oplossingen bij financiële problemen
- het zoeken van oplossingen bij re-integratie/werkaanpassingen
- De zorgprofessional inventariseert samen met de patiënt en de naasten welke ondersteuning gewenst is bij sociale en praktische gevolgen van het afronden van het leven, zoals verloren contacten herstellen, uitvoeren van laatste wensen, opstellen van wilsverklaringen en andere juridische en notariële zaken en het regelen van de uitvaart.
- De zorgprofessional bespreekt met de patiënt en de naasten de haalbaarheid van de verschillende doelen, wensen en behoeften en verwijst zo nodig naar de juiste instanties voor zowel hulp bij vastgestelde sociale noden als versterking van de eigen mogelijkheden.
- Gemaakte afspraken worden vastgelegd in het proactief zorgplan. Het perspectief van de patiënt en de naasten is leidend bij het evalueren en bijstellen van de gemaakte afspraken.